Historie

 
 

Van bescheiden woning tot paleis

Omstreeks 1638 kocht de Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff een hofstede die verbouwd werd tot een voor die tijd riant zomerverblijf tussen Baarn en Soest. Veel gegoede Amsterdammers hadden een dergelijk buitenverblijf, onder andere in Gooi- en Vechtstreek. Buiten de zomer bewoonde Cornelis de Graeff het huis aan de Herengracht 216, niet ver van het Amsterdamse stadhuis. Hij was getrouwd met Catharina Pietersdochter Hooft. Zij kwam uit de gegoede familie waartoe ook de dichter P.C. Hooft behoorde. Door haar liefde voor het buitenleven en voor planten, bloemen en bomen werd hun buitenhuis een lusthof met een prachtige tuin.
 
 

Stadhouder Willem III kocht de hofstede aan de Zoestdijck in 1674. Ook toen was Soestdijk een zomerverblijf, zij het nu met een vorstelijke bewoner. Voor de Oranjes was het paleis vanaf die tijd een zomerverblijf bij uitstek.


Het paleis werd grondig verbouwd en uitgebreid met twee zijvleugels toen de Engelse prinses Mary Stuart als bruid van stadhouder Willem III haar intrek nam in de Baarnse vleugel. Dankzij haar liefde voor tuinieren werd het een jachtslot. Zij liet een watermolen bouwen voor de fonteinen in de vijvers. Op windstille dagen konden paarden in een tredmolen het water omhoog pompen. De fonteinmolen staat er nu nog.


In 1714 verkochten de staten van Utrecht Ter Eem, Baarn, Soest en De Birckt aan Marie Louise, weduwe van Johan Willem Friso, die bij een veerbootramp op het Hollands Diep was verdronken. Het grondgebied van Soestdijk werd hierdoor behoorlijk uitgebreid. Het was ook Marie-Lousie, die de stallen aan de andere kant van de huidige Amsterdamsestraatweg liet bouwen.


Van 1795 tot 1816 was het paleis genationaliseerd door de Franse bezetting van ons land. Het werd enige tijd bewoond door Koning Lodewijk Napoleon, broer van Keizer Napoleon Bonaparte. In de slag bij Waterloo speelde de Nederlandse kroonprins Willem een zo belangrijke rol, dat hij als dank Soestdijk kreeg. Tegenover het paleis werd voor hem de gedenknaald neergezet ter herinnering aan zijn heldhaftig optreden. Zijn Russische vrouw, Prinses Anna Paulowna, liet Soestdijk verbouwen en inrichten tot een echt zomerpaleis. Ook in de jaren daarna was Soestdijk voor de Oranjes een gewild zomerverblijf. Koningin-moeder Emma kreeg in 1928 voor haar 70ste verjaardag elektrisch licht in het paleis.


Na hun huwelijk in 1937 betrokken Prinses Juliana en Prins Bernhard Soestdijk. Het paleis werd als huwelijksgeschenk voor de zoveelste maal in de historie verbouwd en aangepast aan de eisen des tijds: centrale verwarming en een gerieflijk woongedeelte. Groot was de vreugde in ons land, maar vooral in Baarn en Soest toen prinses Beatrix op 31 januari 1938 werd geboren.


De bezetter verdreef tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) het prinselijk paar. Direct na de bevrijding namen zij er weer hun intrek en werden met vreugde verwelkomd. Vanaf 1946 legden zij jaarlijks op 4 mei een krans bij het monument voor gevallenen in Baarn.


In 1948 volgde Prinses Juliana haar moeder Wilhelmina op als Koningin der Nederlanden. Soestdijk werd daarmee een echte koninklijke residentie. Ieder jaar op 30 april, koninginnedag, werd er een defilé gehouden voor de jarige Koningin Juliana. De voltallige koninklijke familie stond op deze dag op het bordes. Verenigingen, stichtingen en overige organisaties konden zich op dan aan de Koninklijke familie presenteren. Bij haar aftreden in 1980 kwam aan die traditie een einde. Koningin Beatrix verhuisde met haar gezin van Drakenstein in de Lage Vuursche naar Huis ten Bosch in Den Haag, dat toen de koninklijke residentie werd. Prinses Juliana en Prins Bernhard bleven tot hun dood in 2004 Paleis Soestdijk bewonen. Momenteel heeft de Rijksgebouwendienst er nog geen vaste bestemming voor gevonden. Voorlopig is een deel opengesteld voor het publiek.